Kijk omhoog: de vogeltrek is een wonder boven onze hoofden
Foto: Otte Zijlstra [Kraanvogels op trek]
Artikel door Jantien de Boer.
Miljarden vogels reizen via oeroude “luchtsnelwegen” van hun broedgebieden naar hun overwinteringsplekken. Vanuit Nederland zijn ze prachtig te volgen op de beroemde Oost-Atlantische trekroute, die van het hoge noorden via het Waddengebied tot diep in Afrika loopt.
Het is momenteel dubbel druk in de lucht. Onze zomergasten – grutto’s, tjiftjaffen, zwaluwen – trekken richting het zuiden, terwijl de wintergasten tegelijk terugkeren. Al gakkend vliegen de eerste kolganzen alweer boven onze hoofden: keurig in lijn, maar vaak ook slordig in een grote kluit. Nederland is een van de belangrijkste overwinteringsgebieden voor kolganzen in Europa; de meeste komen uit Noordwest-Rusland en Siberië. Tjiftjaffen van nog geen 9 gram vliegen ’s nachts richting Spanje en Marokko, lepelaars maken etappes tot wel 30 uur richting Afrika (volg ze op Volgdelepelaar van BirdEyes).
Op de kliffen bij Cabo Roche in Spanje kun je van juli tot half november zien hoe Jan-van-genten, regenwulpen, alken, lepelaars en nog veel meer vogelsoorten zich klaarmaken voor de oversteek over de Atlantische Oceaan naar Afrika. Er zijn dagen dat er in een uur tijd zomaar dik duizend oversteken en soms ook breken ze hun poging ineens af omdat de omstandigheden op zee toch tegenvallen.
De wereld wervelt. Kijk omhoog.
Voor het volledige artikel (bron): Jantien de Boer, “Kijk omhoog: een wereldwonder boven onze hoofden”, Leeuwarder Courant (lc.nl).
Niet elke vogel haalt de overkant
Terwijl miljoenen vogels op dit moment naar hun overwinteringsgebieden vliegen, is de trek vooral één ding: overleven. Uit onderzoek blijkt dat de sterfte tijdens de trekperiodes 4 tot 6 keer hoger ligt dan tijdens broedtijd en winter. Van kleine zangvogels zoals de tjiftjaf haalt grofweg de helft de reis niet — en voor jonge vogels, die voor het eerst van hun leven trekken, is de balans nog ongunstiger. Onervarenheid, voedseltekort, slecht weer en navigatiefouten eisen hun tol.
Wie deze herfst een uitgeputte trekvogel aantreft, kijkt dus naar de keerzijde van het wereldwonder. Toch is er hoop: trekvogels passen zich opvallend goed aan. In goede jaren met gunstige wind en voldoende voedsel langs de route, overleeft juist wél een groot deel. Reden te meer om de pleister- en rustgebieden langs de trekroute te beschermen.
Bronnen: Klaassen et al., Journal of Animal Ecology (2014); Sillett & Holmes (2002); Newton, Ibis (2025).

