2026 jaar van de Steenuil
Wie ooit naar een steenuil heeft gekeken, weet hoe indrukwekkend dat kleine uiltje kan zijn. Toch zien we hem tegenwoordig veel minder vaak op paaltjes of oude schuurtjes zitten. Daarom zetten Vogelbescherming Nederland, Sovon en de Steenuilenwerkgroep STONE in 2026 de soort extra in het zonnetje.
Waar de steenuil in de eerste helft van de vorige eeuw nog vrijwel overal in Nederland broedde, is het beeld nu heel anders. De populatie is sinds de jaren vijftig – toen er nog zo’n 25.000 broedparen waren – teruggelopen tot een geschatte 8.000 à 9.500 paren. De belangrijkste oorzaak ligt in de schaalvergroting van de landbouw, waardoor het halfopen, kleinschalige cultuurlandschap steeds verder verdwijnt. En daar houdt de Steenuil juist van.
Toch is de situatie niet alleen somber. Sinds 1990 is de landelijke trend stabiel en vanaf 2012 is zelfs een lichte groei zichtbaar. Die ontwikkeling verschilt echter per gebied: op zandgronden neemt de populatie jaarlijks met ongeveer 1,8% toe, terwijl op kleigronden juist een daling van 3,6% wordt gemeten.
Om beter te begrijpen waarom de steenuil het op de ene bodemsoort beter doet dan op de andere, start er in 2026 een onderzoek. Dit wordt gekoppeld aan recente inzichten uit STONE’s voortplantingsonderzoek en een nieuw populatiemodel dat duidelijk maakt welke factoren de Nederlandse steenuilenstand het sterkst beïnvloeden.
Bron: Sovon, Volgelbescherming Nederland
Foto: Otte Zijlstra
